Over Vrienden, Vijanden en Vuilnismannen
Inmiddels is het volop herfst, en dat betekent dat de paddenstoelen weer in grote aantallen tevoorschijn komen. Feitelijk is een paddenstoel niets anders dan de vrucht van een zwamvlok, een fijn vertakt netwerk van schimmeldraden dat zich veelal onder de grond bevindt. Er zijn alleen al in Nederland enkele duizenden paddenstoelen beschreven, die je op verschillende manieren kunt onderverdelen. Eén van die manieren is om ze in te delen naar de rol die ze binnen het ecosysteem hebben. Zo heb je de symbionten (vrienden), de parasieten (vijanden) en de saprofyten (vuilnismannen).
De schimmeldraden van een symbiont gaan een innige verbinding aan met de haarwortels van bomen. Zowel de boom als de paddenstoel profiteert hiervan: de paddenstoel zorgt ervoor dat de boom gemakkelijker water en mineralen op kan nemen, als tegenprestatie geeft de boom suikers aan de paddenstoel. De samenwerking is zo innig dat wanneer een van de twee verdwijnt ook de ander vroeg of laat het loodje zal leggen. Voorbeelden van symbioten zijn de welbekende vliegenzwam (vooral bij berken) en de amethist- of rodekoolzwam (vooral bij eiken en beuken).
De schimmeldraden van een parasiet dringen hun gastheer binnen, wat uiteindelijk tot de dood van de boom zal leiden. Vaak heeft de boom al een zwakke plek waardoor de schimmel binnen kan dringen. Sommige parasieten vervullen na de dood van hun gastheer de rol van opruimer. Voorbeelden van parasieten zijn de zwavelzwam, de reuzenzwam en de echte tonderzwam. Bijzondere parasieten zijn die welke parasiteren op andere zwammen, een voorbeeld hiervan is de kostgangerboleet die huist op de gele aardappelbovist.
Tot slot zijn er de saprofyten, de opruimers. Deze vervullen een onmisbare rol in het ecosysteem door het afbreken van dood materiaal, waardoor belangrijke stoffen weer terugkomen in de natuur. Bomen en planten kunnen hier vervolgens weer van profiteren. Voorbeelden van saprofyten zijn de porseleinzwam en de gewone zwavelkop.