Vliegend Hert: een imposante kever

Op warme dagen in juni en juli kunnen ze weer tevoorschijn komen: de Vliegende Herten (Lucanus cervus). Deze imposante kevers zijn de grootste insecten van Nederland: een vrouwtje kan ca. vijf centimeter groot worden, een mannetje tot wel negen centimeter. Het insect dankt zijn naam aan zijn grote kaken die doen denken aan het gewei van een hert.

Het Vliegend Hert leeft als larve vijf tot zeven jaar onder de grond, voornamelijk in de wortels van dode loofbomen. Zodra het buiten warm genoeg is komen ze als volwassen insect uit de grond, waarna de vrouwtjes op zoek gaan naar stervende, bloedende eiken. Zij bijt een gaatje in de schors, waarna zij van het sap drinkt. De mannetjes gaan ondertussen op zoek naar de vrouwtjes om vervolgens met ze te paren. Er kunnen echter kapers op de kust zijn waarna er een gevecht ontstaat en de mannetjes elkaar van de boom proberen te gooien.

Zodra de rust is weergekeerd gaat het mannetje op het vrouwtje zitten, waarbij hij zijn kaken als bescherming voor haar kop houdt. Vliegende Herten kunnen tijdens hun paringsactie bezoek krijgen van andere insecten zoals vliegen en -vooral- hoornaars.

Het mannetje kan maximaal vier weken oud worden, hij probeert in die tijd met zoveel mogelijk vrouwtjes te paren. Het vrouwtje leeft maximaal twee maanden, na de bevruchting keert zij terug naar de plaats waar zij uit de grond gekomen is. Zij graaft zich daar naar een geschikte plek en legt vervolgens dertig tot negentig eitjes op verschillende plekken, waarna zij sterft. De eitjes komen na drie weken uit, waarna de larven zich de komende jaren tegoed zullen doen aan door witrot aangetast dood hout. Na vijf tot zeven jaar vindt in het najaar de transformatie plaats naar volwassen insect, na overwintering komen de kevers tevoorschijn.

Vliegende Herten zijn voor hun levenscyclus afhankelijk van oude eikenbossen met veel dood hout. In Nederland zijn ze zeldzaam: er zijn slechts een beperkt aantal plaatsen waar zij voorkomen en ze verspreiden zich niet of nauwelijks. Vanwege hun zeldzaamheid zijn ze beschermd, exacte vindplaatsen worden daarom geheim gehouden.

Er zijn ook bedreigingen. Zo dreigt versnippering van geschikte leefgebieden. Ook worden ze gegeten: de larven door wilde zwijnen, de volwassen exemplaren door vogels en zoogdieren zoals boommarters. Opvallend daarbij is dat alleen het achterlijf gegeten wordt, de kop en het borststuk blijven achter en kunnen nog enkele dagen blijven leven. Last but not least vinden veel volwassen exemplaren de dood doordat ze kapotgetrapt worden door (te) enthousiaste fotografen die op jacht zijn naar het perfecte plaatje.